Een jaar vuur dertig jaar as

Niet al te lang geleden hoorde ik zijdelings deze opmerking. Deze bleek afkomstig te zijn van een ervaren Maatschappelijkwerker VO, die zijn loopbaan was begonnen bij een bank. Bij een bank, ik hoor het u denken, zo verging het mij dan ook. Ik was met stomheid geslagen. Een bank staat voor mij voor onverbiddelijkheid, waar de wet van het geld regeert. Die weinig met sociaal te maken heeft. Het werk wat hij daarna is gaan doen staat in het teken van gen duidelijke winst. Dhr ging dan ook in het maatschappelijk werk waar de bank in kwestie zeker wel bij voer.

Het VO waar dhr in kwestie veel waarde oplegt, zie zijn visitekaartjes en zijn digitale handtekening, voor de interne post, hij zette deze twee lettergrepen in kwestie er persoonlijk achter. U moet u voorstellen een pakket met 100 kaartjes, waarop de naam staat en de titel maatschappelijkwerk daar zette hij dan in blauwe inkt VO achter. Dit staat voor voortgezette opleiding, een post HBO opleiding dus. Hij deed dit pas in het laatste jaar van zijn werkzaamheden. Zodat iedereen het moest lezen. Iedereen met wie hij te doen had zou het laatste jaar van zijn loopbaan als Maatschappelijkwerker weten dat hij deze opleiding genoten had.

Dhr zelf een wat warrig typ, die wanneer je hem tegen zou komen, nooit de indruk zou wekken veel wijsheid in zicht te dragen of verzameld te hebben. Nee sterker nog. Wanneer ik dhr buiten de stichting tegen kwam was mijn spontane reactie altijd weer “mag hij wel uhhh alleen op straat rondlopen”. Zo een mens verdient in vooruit al sympathie. Deze uit zich bij mij dan het meest in de vorm van respect voor zijn creatieve geest, die hij gebruikt in omgang met de mensen die hij beroepshalve ontmoet. Nooit was een collega origineler en onberekenbaarder dan dhr Rood. Ik mocht hem collega noemen.

Zijn creatieve en authentieke gedrag evenals de inventiviteit waar mee hij de mensen die hier naar toe kwamen ontmoette, droeg bij aan de vorming van een mythe rond om zijn persoon. Andere collega’s spraken vaker fluisterend over hem, meer met een stem die ontzag en respect verraadde aan degene waar ze over spraken. Ook cliënten die hem in vroegere tijden hadden ontmoet, in het kader van hun moeilijkheden, onthielden hem.

Zo kon het voorkomen dat je werd aangesproken als jonge Maatschappelijkwerker, met is dat niet de heer Rood uit……, Ja antwoordde ik dan op mijn beste maatschappelijkwerks toon. Beseffend dat ik nog een lange weg te gaan had om die zelfde status te kunnen bereiken.

Waarbij het een vurig ideaal van mij is, het wel te doen, maar je kan ook zeggen “je moet het ideaal houden”ik zelf ben er nog niet achter.

Terug naar de uitspraak.

De uitspraak een jaar vuur dertig jaar as, het is een stoute uitspraak te noemen. Begrijpelijk misschien waneer je gewerkt heb in een klein dorpje aan een groot meer, wat moedig weerstand blijft bieden aan de grotere landerijen, er aan grenzend. Die wederom weer met verbazing reageren op het blijvende eigen(aardige) van dit dorpje. Al jaren lang ontmoedigt het mij te zien dat er busladingen toeristen uit alle windstreken er naar toe gaan om 500 mtr dijk te bekijken die geflaneerd wordt door huisjes waarin afwisselend cafés of toeristen shops zitten.

Er voltrok zich hier tijdens een oudejaarsnacht een ramp. Een cafe met kerstversiering brandde uit. Dhr Rood had veel compassie met de inwoners van dit dorp. Hij werkte er dan ook met veel hartstocht. In de tijden van en na het voltrekken van de ramp werd hij dan ook geconfronteerd met het eerste deel van zijn uitspraak, het vuur. Hij had die tijd veel te doen met de gevolgen van de ramp. Dit was zelfs voor hem teveel op den duur. Twee jaar na dato kwam hij in een fase terecht waar het lichaam sterker is dan de wil. Hij bleef toen voor een lange tijd thuis. Hij kwam terug met de uitspraak: als je het van een afstand bekijkt, heeft het allemaal niets om het lijf wat hier gebeurd. Hij heeft het dus kunnen ervaren.

Of dit de dertig jaar van zijn uitspraak dan staven, dat dacht ik niet, daarvoor komt hij er dan toch nog 27 te kort.

Toch bleef de uitspraak bij me.

Ik volgde een workshop in een van de mooiste plekjes van Nederland. Op een landgoed. Deze workshop werd geleid door een professor uit Duitsland ene heer prof Dr. Dr Franz Rupert.

Deze komt uit het zuidelijke deel van de Bondsrepubliek. Er is hier een parallel op te tekenen. Namelijk met het eerder genoemde dorpje aan de voormalige Zuiderzee. Ook dit deel in de Bondsrepubliek heeft de naam eigenaardig te zijn en kijken de omliggende landen er argwanend naar toe. Ook naar dit gebied stromen vele mensen heen. Dit keer niet om een straatje te bekijken maar wel om aan lange tafels te zitten op smalle banken en bier uit zware stenen kruiken te drinken. dhr prof Dr. Dr Rupert komt uit een grotere plaats in dat gebied München. Daar heeft de goede man jaren lang zich bezig gehouden met het begrijpen van trauma,s. Dus mensen die een brand hadden overleefd. In de uitspraak van de heer J. Rood is te herkennen dat hij er van uit gaat dat het leven met een traumatische ervaring dertig jaar duurt, daarna wordt het beter. Nu had de heer prof Dr. Dr Rupert aan trauma’s in zijn omgeving geen gebrek. Duitsland had nog niet zo lang geleden de eerste en tweede wereld oorlog verloren en oorlogen brengen trauma’s met zich mee, dat is wel bekend. Nu praten we trouwens al over een tijdsbestek van ruim 60 jaar. Waar in trauma’s zich laten gelden. Sterker nog dhr F. Rupert toonde aan dat trauma’s generaties lang mee gaan. Dus dat ze van generatie op generatie doorgegeven worden, of je dit nu leuk vindt of niet.

Hij introduceerde dan ook de term Multigenerelle trauma’s.

Terug naar de uitspraak van de heer Rood, Volgens mij zou deze zich moeten aanpassen aan de zich snel veranderende inzichten dezer tijd. De uitspraak zou kunnen zijn. Een jaar vuur 6Ix»Ø¸=MNNjaar.  Aangepast dus. Ik wil me niet aan een verduidelijking wagen, daar ik niet het overzicht en het rijkdom aan ervaring heb waar de heer Rood zich in kan koesteren, zowel als dhr prof Dr. Dr. Rupert.

Wat hiermee wel bewezen is dat de ver ziende blik van de heer Rood, baanbrekend is geweest. Vooral voor zoekende als ik. Zijn visie heb ik altijd zeer ten harte kunnen nemen en heb met plezier naar zijn uitspraken geluisterd.

Met bovenstaand stukje heb ik dan ook het waarheidsgehalte en de bruikbaarheid daar van willen aantonen.

Met vriendelijke groeten je collega Marcel de Wit