Het verstopte verlangen

Als hij na het werk naar huis reed, ging dat altijd gepaard met door auto’s verstopte straten en wegen. Iedereen ging naar huis rond dit tijdstip, hij ook. Dat maakte dat de tijd net zo zinloos weg glipte als de benzine in de tank tijdens het vele stationair draaien van zijn en de vele andere auto motors.

Het was een hete zomerdag in juli, in de auto luisterde hij altijd naar een lokale radio zender. Nooit naar een andere, altijd deze. Hij luisterde naar de filemeldingen en nieuw tegenwoordig in dit land tenminste, de ozon waarden. Als de waardes te hoog werden, werden de concentraties te hoog en kon je slechter ademhalen, dat was vooral voor mensen met longaandoeningen, slecht maar ook als je ouder was of je longen minder flexibel werden. Maar hij dacht niet dat hij dan zijn auto zou laten staan.

Als hij na verloop van tijd aankwam in de wijk waar hij woonde zocht hij naar een parkeerplaats, dit duurde ongeveer net zolang als de tijd die hij nodig had had om van zijn werk naar huis te komen.

De wijk waar hij woonde was een druk bevolkt deel van de stad. Waarin een ieder genoot van de mobiliteit die een auto met zich mee bracht, een ieder had dan ook een eigen auto. Dat maakte op zijn minst twee auto`s maar vaak ook drie.

Uiteindelijk vond hij dan een parkeerplaats direct voor zijn huis, “mazzel”, dacht hij, hoef ik morgen niet zover te lopen.

Zijn vrouw was al thuis. Zij kwam altijd eerder dan hem. Samen dronken ze dan een cappuccino, daarbij vertelde ze hem wat zij, zo al meegemaakt had op het werk. Hij op zijn beurt, deelde niet zo veel mee. Het was meer een knik, een hmpff, een begrijpend ja of nee, al naar gelang wat er op dat moment gevraagd in het gesprek nodig was, zonder echt te laten zien dat hij niet luisterde. De vele jaren werken in de gezondheidszorg had hem een kunstenaar hier in gemaakt. Volgens hem merkte niemand meer dat hij eigenlijk niets hoorde, maar tijdens het gesprek aan hele andere dingen dacht. Ze noemde het een automatische piloot maar in feite was het een spel om de ander op afstand te laten. In dit geval zijn vrouw. Hij was de hele dag verzonken in zijn eigen wereld.

Na de koffie gingen ze samen boodschappen doen. Doordat de winkels tot 21.00 uur open waren, was ook het boodschappen doen na het werk allang geen probleem meer.

Hij zei al lang niet meer wat hij wilde en zij vraagde het hem al lang niet meer.

Hij keek naar alle mensen die daar liepen, stonden, en vergaapte zich aan hen. Kreeg fantasieën over hoe ze aten, dronken sex hadden, hoe ze er zonder kleren uit zouden zien. Hier genoot hij van soms kraakte hij iemand dan helemaal af, in zijn gedachte of gokte hoe vaak ze het nog deden. Soms hemelde hij iemand in zijn gedachten helemaal op.

Het verschil werd gemaakt door het weer, zijn stemmingen die van zijn omgeving.

Maar als er kinderen rondliepen in de supermarkt en krijste, was hem te dat te veel aan leven, hij irriteerde zich hier aan en dacht dan waarom konden die ouders die kinderen niet disciplineren. Als ze de boodschappen hadden, stonden ze in de rij voor de kassa. 

Hij voelde zich bij dit alles niet treurig, niet vrolijk, het was meer zoals hij ook in de avond televisie keek.

Op de terugweg praatte ze op hem in, hij hoorde het, het verdween meteen meer. Zij kookte, ze aten en hij zette de televisie aan. Het gebruikte bestek en borden zetten ze samen in de vaatwasmachine. Deze was nog niet vol, zodat hij zei “het kan nog wel een dag wachtten, de vaat van morgen, kan er nog wel bij”.

Zij ging in het bed liggen, keek daar naar haar televisie scherm. Hij bleef in de kamer, kijkend naar het acht uur journaal. Het weerbericht beloofde dat het morgen weer warm zou worden. Het liefst keek hij er nog twee keer naar en droomde tijdens zo lekker weg. Zette nog een kopje koffie voor hem en voor haar thee. Klokslag half tien nam hij een biertje soms ook twee.  Daarbij rookte hij een sigaret op het balkon en luisterde naar de geluiden van de zomeravond in de stad. Hij rookte niet binnen, zijn vrouw rookte niet. De rook in huis maakte de lucht schraal. Later op de avond, om half elf, ging hij naar bed, zijn vrouw sliep dan al.

In de nacht, zo rond twee uur, werd hij wakker om dat zijn vrouw naar de wc ging, hij hoorde haar klaterende straal in de stilte van de nacht, als hij zich omdraaide en weer verder sliep.

Morgens stond hij gelijk met haar op, zij praatte vrolijk het begin van de dag binnen, tijdens het ontbijt. Hij dronk een kopje koffie en at twee sneetjes brood. Toen rookte hij op het balkon een sigaret, samen met zijn tweede kopje koffie.

Zijn vrouw ging al, zei hem gedag en gaf hem vluchtig een kus op zijn mond. Getrouw aan de gewoonte beantwoorde hij dat. Het weerbericht had gezegd dat het een hete dag zou worden, dacht hij, nam alleen zijn colbertje mee, tas en sleutels. Sloot de deur af, controleerde dit, stapte in de auto die gelukkig voor de deur stond.

Tijdens de rit naar zijn werk keek hij naar de mensen in de andere auto’s. De mensen die ook onderweg waren. Hij liet zijn gedachten glijden over hun, over hoe ze aten over wat ze zouden denken, hoe ze er zonder kleren uit zouden zien, wat voor een partner ze zouden hebben. Hier genoot hij van koning in zijn eigen wereld. soms kraakte hij iemand dan helemaal af, in zijn gedachte. Soms hemelde hij iemand helemaal op.

Hij parkeerde zijn auto op de parkeerplaats van zijn werk, die met de jaren zijn parkeerplaats was geworden. Wat ook door de jongere collega’s werd gerespecteerd.

Hij begroette zijn medewerkers, dronk een kop koffie achter zijn bureau, rookte daarbij een sigaret. Toen begon hij met zijn werk. Af en toe praatte hij eens met die of met die, wisselde nietszeggende informatie uit. Als zijn werkdag het einde naderde ruimde hij zijn spullen op. Sloot ze op in de kast en de laden van zijn bureau. Hij wenste zijn collega’s een goedenavond.

Stapte in zijn auto reed naar huis, door straten die door de vele opstoppingen tijd vraten. Het verstopte het verlangen. Het was een hete zomerdag in juli, hij luisterde tijdens het rijden altijd naar een lokale radio zender. Nooit naar een andere, altijd deze. Hij hoorde daar tegenwoordig welke luchtvervuilingswaarde er waren door dat het zo een hete zomer was. Ze vroegen eigenlijk de auto te laten staan maar dat deed hij niet. Als hij aankwam in de wijk waar hij woonde zocht hij een parkeerplaats, dat duurde ongeveer zolang als dat hij nodig had om van zijn werk naar huis te komen.

Marcel de Wit  (MdWP)