Hij lag

Hij lag op zijn rug, tussen slapen en wakker zijn, zijn handpalmen naar

boven gericht, zijn voeten vielen opzij. Hij voelde zich open.

Plots was het daar, hij herkende niet wat hij zag, fluorescerende stippellijnen rood-blauw in beweging, ze hadden een bekende vorm, twee engelen zittend op een tak,

ze lachten naar hem.

Vol ongeloof keek hij naar boven.

Plotseling kwamen ze dichterbij, vleiden zich tegen hem aan.

Hij wilde ze niet beschadigen en bleef daarom doodstil liggen.

Ze lachten naar hem, bleven bij hem.

Hij voelde zich dankbaar daarvoor, dat ze er waren.

Onverwachts gingen ze terug naar boven, zwaaiden nog een keer en verdwenen.

Hij bewoog zijn handen en voeten opende zijn ogen, ging zitten en uiteindelijk stond hij op.

MdWP