Ik ben geen groepsmens

Ik ben geen groepsmens

Ik zou wel een groep willen leiden voor mensen zoals ik, die ook niet in een groep willen.

Nee, nee, nee zei de man, de nu zo luide spreker zag er een beetje slungelig uit. Hij stond in een ruimte die dienst deed als een gespreksruimte. Een plek waar de ene mens de andere verhalen vertelde over zich zelf en wat hij had meegemaakt. De pijn en het gemis aan andere uitzichten en perspectieven maakte het zo troosteloos om daar verder over na te denken.

Daar kwam de andere man in het spel, de wat slungelig overkomende gebaarde vaak met zijn hele lichaam en riep daarbij een uitspraak die de ander dan weer stil maakte. Vaak luisterde ze aandachtig naar hem. Naar dat wat hij te zeggen had over datgene wat de ander net verteld had. Het verhaal en de uitweg, zoals hij het zag. Niet een universeel antwoord wat overal voor zou passen, wat bij elk mens op de een of andere manier wel klopte als je er lang genoeg aan trok. Nee zijn kunst was het juist een antwoord te geven wat op deze persoon gesneden was, op de vraagsteller dus. Hij kon zich zo inleven in de persoon, het zo begrijpen, dan liet hij er een ander licht over schijnen. In een kleur waarop de ander het zich niet had kunnen voorstellen. Soms was de ander, zijn tegenspeler in deze. Dat had hij dan niet altijd meteen door, langzaam begreep hij dit dan. Een man van formaat. Hij was al zo lang aanwezig op deze plek dat de schoonmaaksters vaak avonds wat eerder kwamen. Dit alleen om hem even te kunnen afstoffen. Zo lang was hij al aanwezig.

Begrijp je dan niet dat ik dat niet kan doen. Daarna stilte toen hummde hij wat in de telefoon, op zijn beste maatschappelijkwerks. Nee daar blijft het bij, antwoordde hij als laatste dan smeet hij de hoorn op de haak. Staarde naar het apparaat alsof het door de duivel persoonlijk ontwikkeld was. Hij ging weer achter zijn keyboard zitten en toetste met twee vingers, nee hamerde met twee vingers er op alsof hij wilde ontdekken tot hoever een keyboard bestand was to hoe ver hij kon gaan zonder het keyboard te doorbreken.

Ze wilden dat hij zijn kennis zou gaan doorgeven in een groter verband, de mensen om hem heen waren bang, nu hij zo dicht bij zijn pensioen stond, dat de (mensen)kennis en ervaring, zou verdwijnen. Er zou een leegte overblijven. Die moeilijk weer op te vullen was. Een ieder begreep dat, dat zou gebeuren, er maar een paar uitverkorenen die voor de eeuwigheid geschikt zijn. Daar hoorde hij niet bij.

Ze hadden voorgesteld dat hij een groep zou gaan leiden. Een groep voor mensen die aan de rand van de weg zaten, niet verder konden. Die waren moe. Hij moest hun zijn kennis gaan geven. Zodat ze verder konden. Het waren individualisten, net als hij. Mensen die in de eenzaamheid werkte en leefde. Geen mens voor een groep, misschien konden ze op sociaal niveau wel met elkaar omgaan maar niet in een vast verband. Dat ging niet . Ze hadden gezegd dat het een groep moest worden voor mensen die een hekel aan een groep hadden. Die net als hij de naakte waarheid wilde weten en het sociale gebrabbel en het koetjes en kalfjes gepraat er omheen. Moeilijk want dat was juist het middel bij uitstek om op diepere lagen in de mens terecht te komen. Dat begreep hij wel, hij bleef er bij dat hij dat niet meer kon.

Maar toch als hij nog wat te wensen zou hebben in dit beroeps leven dan zou hij een groep willen leiden voor mensen zoals hij die ook niet in een groep willen. Dacht hij zachtjes voor zich. Maar dat zou ik nooit zeggen, want dat zouden ze gaan uitproberen. Ik niet meer.

Copyright © Marcel de Wit 2009