In een huwelijk zou je elke 5 jaar ……

In een huwelijk, zou je elke 5 jaar het contract moeten verlengen.

Mevrouw M zei tegen de heer J: ‘Ik sta bijna voor de beslissing een scheiding aan te vragen’.

‘Weet u mevrouw hoe vaak mijn vrouw de koffers van mij heeft gepakt en ze voor de deur heeft gezet?’, antwoordde de heer J. ‘Ik ben 40 jaar getrouwd. Ik denk dat je elke vijf jaar opnieuw een huwelijk moet aan gaan, het op nieuw moet arrangeren, zo gezegd, ging de heer ]. door. U kunt dus nagaan hoe vaak mijn koffers voor de deur hebben gestaan’.

‘Acht keer’, antwoordde mevrouw M. ‘Maar wat wilt u mij daar mee zeggen?’

‘Het huwelijk is een instrument, antwoordde de heer J. ‘Vroeger haalde je dat in de kerk en op het gemeente huis. Dat gold dan automatisch voor de rest van je leven. Ook al kwamen mensen hun afspraken toen al niet na. Toch was het een instituut’, ‘Wat bedoelt u nou met een instrument of een instituut, wat mag het zijn?’

‘Ik bedoel, vroeger kon je het als een instrument gebruiken, je kon er je macht mee vergroten, later werd het de hoeksteen van de maatschappij. Nu is het min of meer een mystieke aangelegenheid, die je dus één keer in de vijf jaar moet herhalen. Ofwel voor je zelf, ofwel samen met de ander. Ik persoonlijk kies er eerder voor het eerst met mijzelf uit te maken. Daarop met mijn vrouw’. ‘Letterlijk?’, vroeg mevrouw M. verbaasd.

‘Nee dat zou een te dure aangelegenheid worden. Elke keer griffier- kosten om nog maar te zwijgen van de kosten die zo een huwelijksvoltrekking met zich mee brengt. Weet u dat scheiden minstens net zo duur is als trouwen?’

‘Ja’, antwoordde mevrouw M. ‘Dat is mij wel bekend. Maar wat moet ik nu met mijn relatie. Ik ben al vijftien jaar samen met mijn huidige man. Dit is de tweede keer dat ik in een huwelijk verzeild geraakt ben. Bedoelt u nu dat ik in het vorige huwelijk waar ik deelgenoot van was niet had moeten trouwen of dat ik niet had moeten scheiden? Of bedoelt u dat ik nu met mijn man zou moeten gaan praten over de afgelopen tien jaar en pro forma een scheiding aan vragen?

‘Dat zijn een heleboel vragen. Ik begrijp dat ik u met mijn uitspraken verwar. Ik zal proberen een beetje duidelijkheid te scheppen’.

Op dat moment kwam er onverwacht een grote man het kantoortje van de heer J binnen. Hij keek naar mevrouw M en naar de heer J. ‘Waar hebben jullie het nu over’?, vroeg hij. ‘Over het huwelijk’, zei de heer J.

‘Praat me er niet van’, zei de grote man, die ik nu verder de heer B zal noemen. ‘Twee keer ben ik getrouwd geweest, nog steeds betaal ik alimentatie tot ver over de Nederlandse grens. Mijn nazaten zitten zelfs in Amerika te studeren, waar ik voor op draai. Maar ik moet zelf ook leven. Dat voert elke maand weer tot een conflict. Allemaal omdat ik zonodig moest trouwen.

Misschien heb ik het verzuimd, te evalueren na elke vijf jaar. Eén keer hielp de getuige bij mijn huwelijk een handje mee. Nadat hij geweest was hoefde ik ook niet meer te evalueren, mijn vrouw had genoeg nagedacht.

Mijn tweede vrouw had niet zulke beste hoor kwaliteiten. Ze had wonderschone oren, ik genoot er van er naar te kijken. Alleen hoorde ze vaak andere dingen dan dat ik zei. Nee, ook hier had de elke vijf jaar terugkomende evaluatie ronde, die door de heer J zo wordt aanbevolen, weinig effect op het voortbestaan van mijn huwelijk’.

De heer J knikte bedachtzaam met zijn hoofd in de richting van mevrouw M en sprak: ‘Waar een jaar vuur is, daar kan dertig jaar as zijn’.

Marcel de Wit  (MdWP)