leegte

Herken je als een lichaam.

Je roep komt naar me.

Beweging gaat als vloed, als getijde.

Je weerklinkt, als een schreeuw van een verre tijd.

Jij en ik die elkaar tegenkomen,

Twee afzonderlijke blikken,

ontmoeten elkaar.

Ik kijk naar jou,

wat ik in je zie,

is dat wat ik ben.

Jou te ontmoeten.

Is jou te nemen,

bij jou zijn, bij mij zijn.

Een zijn,

Ik sluit mijn ogen.

Niemand die mij nog ziet.

Niemand die met mij naar jou kijkt.

Toch.

Iemand roept jou.

Iemand die luistert naar jou.

Iemand die jou ziet,

Die jouw lichaam leest.

Het is stil.

Ik kijk naar je.

Je staat naakt voor me.

Door een raam in de muur.

In de vroege ochtend,

stroomt zonlicht op vleugels binnen.

Bij die eerste zonnestralen,

raakt het licht jou lichaam als een bode van de tijd.

Als de restanten van de nacht wijken,

Zie ik jou langzaam verdwijnen.

Oplossend in de werkelijkheid

De dag roept.

Als een echo van een ver getijde.

MdWP